076 – 521 69 68

Implantoloog Breda

 

Alle tanden en kiezen bestaan uit een de kroon en een wortel. Onze implantoloog in Breda kan een kunstwortel van metaal en/of een keramisch materiaal implanteren. Als het implantaat voldoende is vastgegroeid aan het kaakbot, kan het als basis dienen voor een kroon, brug of overkappingsprothese.

Wanneer worden implantaten toegepast?

Er zijn verschillende situaties waarin implantaten worden toegepast door de implantoloog Breda:

  • Bij het ontbreken van één tand of kies kan op een implantaat een kunsttand of -kies (kroon) worden geplaatst van metaal of porselein.
  • Bij het ontbreken van meerdere tanden of kiezen kan op implantaten een brug worden geplaatst. Een brug is een voor de patiënt niet uitneembare vervanging van één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen.
  • Bij het ontbreken van meerdere of van alle tanden en kiezen kan op implantaten (meestal twee) een overkappingprothese worden geplaatst. Een overkappingprothese is een kunstgebit dat vastklikt op de implantaten.

 

Wanneer behoort een behandeling met implantaten tot de mogelijkheden?

In principe kan bij iedereen bij wie het kaakbot is volgroeid (vanaf ongeveer achttien jaar) een implantaat worden geplaatst. Er zijn wel een paar voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de implantaten een succes te laten zijn:

  • Er moet genoeg kaakbot zijn om implantaten in vast te laten groeien.
  • Het kaakbot moet gezond zijn.
  • Het tandvlees van de eigen nog resterende tanden moet gezond zijn. Is dat niet het geval dan moet het eerst gezond worden gemaakt, alvorens tot het inbrengen van de implantaat kan worden overgegaan.
  • U moet bereid zijn de implantaten en de daarop bevestigde kroon, brug of prothese goed te onderhouden.
  • Daarnaast is het succespercentage van implantaten bij niet-rokers hoger dan bij rokers. Ook overmatig alcoholgebruik kan het succes van het implantaat nadelig beïnvloeden. Om te kunnen beoordelen of u voldoende kaakbot hebt en of het gezond is, worden röntgenfoto’s gemaakt. Door nieuwe technieken is het tegenwoordig mogelijk om op plaatsen waar te weinig kaakbot aanwezig is nieuw kaakbot te laten ontstaan (guided bone regeneration). Daardoor kunnen tegenwoordig met succes implantaten worden geplaatst waar dat vroeger niet kon.

 

Hoe verloopt de behandeling met implantaten?

Het inbrengen van de implantaten wordt verricht door uw tandarts of een kaakchirurg.
1. U krijgt een plaatselijke verdoving.
2. Het tandvlees wordt losgemaakt op de plek waar het implantaat moet komen, zodat het kaakbot zichtbaar wordt.
3. Er wordt een gaatje in het kaakbot geboord.
4. In het gaatje in het kaakbot wordt het implantaat geschroefd of getikt.
5. Het tandvlees wordt met hechtingen gesloten. Als u meer dan één implantaat nodig hebt, worden deze vrijwel altijd tijdens dezelfde behandeling ingebracht.

 

Hoe wordt een implantaat ingebracht?

Er zijn twee manieren van het inbrengen van een implantaat.
1. Het implantaat steekt direct vanaf het plaatsen door het tandvlees heen. Bij het aanbrengen van de kroon, brug of prothese hoeft het tandvlees niet meer worden opengemaakt.
2. Het implantaat wordt na het inbrengen helemaal onder het tandvlees opgesloten. Daardoor steekt er niets boven het tandvlees uit. Deze aanpak bezorgt minder napijn en er is minder kans op infectie. Het nadeel van deze aanpak is dat het tandvlees bij het aanbrengen van kroon, brug of prothese opnieuw moet worden opengemaakt.
Welke aanpak voor u specifieke situatie de beste is, zal uw tandarts of kaakchirurg met u overleggen. De ervaringen met de behandelingen zijn wisselend. De behandeling kan belastend zijn. Met de napijn valt het in het algemeen wel mee. Het bot zelf heeft geen gevoel; het tandvlees kan enigszins pijnlijk zijn. Voor de eventuele napijn krijgt u zonodig een pijnstillend middel voorgeschreven. Bespreek met uw implantoloog de eventuele mogelijkheden voor u.

 

Nazorg

Nadat het implantaat is geplaatst, zijn goede mondhygiëne en controle door de tandarts erg belangrijk. De tandarts of kaakchirurg zal u vragen een half jaar na plaatsing en daarna weer na een half jaar (of indien nodig eerder) voor controle terug te komen. Het kan zijn dat hij voor de controle één of meer keren röntgenfoto’s maakt. Dankzij de controles kan de tandarts of kaakchirurg tijdig ingrijpen bij ongewenste ontwikkelingen.

Een goede gebitsverzorging is van groot belang voor het behoud van de implantaten. Naast de dagelijkse mondverzorging is regelmatig bezoek aan de tandarts en/of mondhygiënist nodig. Zo wordt de conditie van het tandvlees, van het bot rondom de implantaten en van de kroon, brug of prothese op de implantaten goed in de gaten gehouden.

In deze praktijk wordt gewerkt met implantaten van het merk BIOCOMP.